Doelstellingen

Wat zijn doelstellingen?

Iedereen maakt zich wel vaker goede voornemens, maar daar blijft het vaak bij. Voornemens zijn vaag, bevatten geen tijdsdruk en zetten niet onmiddellijk aan tot actie. Het is duidelijk dat - als we het over studeren hebben - er nood is aan 'doelstellingen': zij zijn duidelijk, concreet, houden rekening met een specifieke timing en zijn actiegericht.

Hoe ziet een goede (= bruikbare) doelstelling eruit?

Een doelstelling moet 'SMART' zijn:

  • Specifiek: blijf niet te vaag, formuleer precies wat je wil bereiken en hoe je dat wil bereiken.
  • Meetbaar: zorg dat je af en toe kunt afmeten of je goed bezig bent.
  • Actie: start zo snel mogelijk met een positieve actie, in de richting van je doel.
  • Realistisch: neem niet te veel hooi op je vork (ontgoocheling), maar leg de lat ook niet te laag (gebrek aan uitdaging).
  • Tijd: zorg voor een concrete timing (een deadline waarop je start, een tussenstap waarop je meet hoever je staat en een deadline om ermee klaar te zijn).

Zeg bijvoorbeeld niet: "Ik zou echt wat betere punten moeten halen voor wiskunde."
Maar wel: "Ik haal op het volgende tussentijdse rapport minstens een 7 door actief mee te werken in de les en elke les de avond ervoor degelijk voor te bereiden. Ik vraag uitleg aan de leerkracht indien nodig en besteed voldoende tijd aan het leren voor aangekondigde toetsen."

Wat doe je met een doelstelling?

Je hebt niets aan perfect geformuleerde doelstellingen als je ze niet benut. Ook van je leerkrachten (of in je handboek) krijg je vaak doelstellingen voor een toets: 'wat je moet kennen' en 'wat je moet kunnen'. Maak daar gebruik van tijdens het studeren.

Vraag je steeds af: wat wordt van mij verwacht ... tijdens deze les of ... tijdens de toets/het proefwerk. Als je dat niet helemaal duidelijk is, vraag het dan ook aan je leerkracht.