Iedereen maakt zich wel vaker goede voornemens, maar daar blijft het vaak bij. Voornemens zijn vaag, bevatten geen tijdsdruk en zetten niet onmiddellijk aan tot actie. Het is duidelijk dat - als we het over studeren hebben - er nood is aan 'doelstellingen': zij zijn duidelijk, concreet, houden rekening met een specifieke timing en zijn actiegericht.
Een doelstelling moet 'SMART' zijn:
Zeg bijvoorbeeld niet: "Ik zou echt wat betere punten moeten halen voor wiskunde."
Maar wel: "Ik haal op het volgende tussentijdse rapport minstens een 7 door actief mee te werken in de les en elke les de avond ervoor degelijk voor te bereiden. Ik vraag uitleg aan de leerkracht indien nodig en besteed voldoende tijd aan het leren voor aangekondigde toetsen."
Je hebt niets aan perfect geformuleerde doelstellingen als je ze niet benut. Ook van je leerkrachten (of in je handboek) krijg je vaak doelstellingen voor een toets: 'wat je moet kennen' en 'wat je moet kunnen'. Maak daar gebruik van tijdens het studeren.
Vraag je steeds af: wat wordt van mij verwacht ... tijdens deze les of ... tijdens de toets/het proefwerk. Als je dat niet helemaal duidelijk is, vraag het dan ook aan je leerkracht.